Het productie van duurzame energie in Nederland is in 2009 gegroeid van 3,4 naar 4,5 procent van het binnenlandse energieverbruik. Deze groei komt vooral door de groei van de bijdragen van biomassa en windenergie. De Nederlandse overheid streeft naar 20 procent duurzame energie in 2020 (VROM).
Ruim 1 procent van de energievoorziening was in 2008 afkomstig van Nederlandse windmolens. Deze molens produceerden ongeveer een kwart meer energie dan het jaar daarvoor. Deze toename werd vooral veroorzaakt door het bijplaatsen van nieuwe grote windmolens, zowel op land als op zee.

Wij kiezen voor windenergie, omdat windenergie op dit moment de meest rendabele manier is om op grote schaal duurzame energie op te wekken. De windmolens die wij graag willen plaatsen wekken al stroom op vanaf windkracht 2 en blijven stroom opwekken tot ongeveer windkracht 11.
In de praktijk komt het erop neer dat windmolens voor meer dan 90% van de tijd energie opwekken. 5 tot 6% van de tijd produceren windmolens niet ivm onvoldoende wind. Een deel van die tijd zullen ze nog wel draaien maar niet produceren, een deel van die tijd staan ze stil. Daarnaast staan ze ca. 3% van de tijd stil i.v.m. onderhoud en storingen. Ze produceren dus ruim 90% van de tijd elektriciteit.
De levensduur van windmolens is 20 jaar, daarna worden de molens weer afgebroken. Als er na deze periode een betere manier is om duurzame energie op te wekken, dan kunnen we daarop overschakelen.
Wilt u meer weten over windenergie, ga dan naar de site van de overheid door VROM te klikken of naar wikipedia.

Gemiddeld over heel Nederland levert een windturbine 1 miljoen kWh (1 GWh) aan elektriciteit op. Per miljoen opgewekte kWh bespaart windenergie in Nederland 580 ton CO2 ten opzicht van bestaande energiecentrales. In vergelijking met de modernste zeer schone gasgestookte centrales is de besparing iets lager: ongeveer 370 ton CO2.
Als Onze Energie 20% van particuliere stroom behoefte in Amsterdam Noord zelf duurzaam gaat opwekken, dan levert dit een besparing op van tussen de 10.000 en 15.700 ton CO2 per jaar, afhankelijk van de energiecentrale waarmee het wordt vergeleken. (bron. www.windenergie.nl)
Sommigen vragen zich af of windmolens eigenlijk wel meer stroom leveren dan er nodig is voor de bouw en installatie (er zit b.v. nogal wat staal, olie, koper en epoxy in een molen). Het argument gaat al vele jaren rond in kringen van de tegenstanders en is dus in Denemarken en Duitsland al vele malen onderzocht. Het resultaat is steeds nagenoeg hetzelfde. Alleen wordt de terugverdientijd van de benodigde energie ( 3 tot 6 maand) nog steeds wat korter omdat de molens steeds efficiënter worden.
Gedurende de levensduur van een turbine van 20 jaar wordt dus 40-80 maal zoveel energie geproduceerd als nodig is om de turbine te bouwen, te installeren en te onderhouden.
Uit een Duits onderzoek van het DGE (Das Grune Emissionshaus, augustus 2003)kwam nog tot wat gedetailleerder de terugverdientijden van de diverse benodigde energie en veroorzaakte vervuiling. Deze zijn gebaseerd op een Enercon turbine van 1.800 kW met een rotordiameter van 70 meter op een betonnen mast van 98 meter en een jaarproductie van 4 miljoen kWh.
De terugverdientijden van gebruikte energie:
- Energie voor het maken en installeren van de turbine: 2,9 maanden
- Kooldioxide:4,4 maanden
- Zwaveldioxide: 7,8 maanden
- Stikstofoxiden: 9,4 maanden.
Natuurlijk zijn grote windmolens zichtbaar in het landschap. Samen met het Stadsdeel en een landschapsarchitect gaan we kijken wat de beste oplossing is. Een oplossing kan zijn de molens in te passen in bestaande infrastructuur zoals wegen, zodat de windmolens het landschap zo min mogelijk verstoren. Die ideeën willen we graag met u bespreken.
Een andere vaak gehoorde opmerking is geluid. De oudere generaties windmolens maken meer geluid dan de nieuwe generaties. Kijk en luister naar het onderstaande filmpje. Ook met de geluidsaspecten wordt zeker rekening gehouden.
Al deze aspecten en de effecten voor het milieu etc worden eerst allemaal onderzocht voordat we verdere stappen gaan zetten. Al deze onderzoeken worden de komende 3/4 jaar uitgevoerd.